Reportage | Praten over ‘het’ zonder barrières

Dit artikel verscheen in Trouw op 30 mei 2016
Het is zonde als er uit angst of desinteresse niet meer over het geloof wordt gepraat, vindt predikant Robbert Jansen. Daarom organiseert hij diners waar mensen over het geloof in gesprek kunnen.

Ik geloof het wel, en jij?

Robbert Jansen (35) heeft het als predikant al vaak meegemaakt. Op bezoek bij een echtpaar uit zijn gemeente, komt het gesprek op de kinderen. We praten eigenlijk nooit meer met ze over het geloof en de kerk, zeggen de ouders dan. Nu komen de kinderen tenminste nog langs, dat willen we niet verpesten.

“Maar wat blijkt dan vaak”, vertelt Jansen, “kinderen willen er best over spreken, maar voor hen voelt het al snel alsof hen iets verweten wordt, of dat er weinig ruimte is voor hun standpunt.” En dus worden levensbeschouwelijke onderwerpen gemeden om de lieve vrede te bewaren, terwijl er wel behoefte is aan een gesprek. “Pas op hun sterfbed durven veel mensen dat onderwerp aan te snijden”, heeft Jansen gemerkt. “Ik vind dat jammer: waarom kan dat niet gewoon besproken worden?”

Reden genoeg voor Jansen, predikant van de Christelijk Gereformeerde kerk in het Groningse dorpje Kornhorn, om een manier te verzinnen om het gesprek over ‘het’ weer op gang te brengen. Hij organiseerde daarom al een paar keer een ‘Ik geloof het wel’-diner, waarin hij de ontstane barrières om over ‘het’ te praten zo veel mogelijk probeert weg werken. Aan de dinertafels zijn ouders en kinderen welkom, maar ook partners, vrienden, wie dan ook.

Wat dat ‘het’ waar de tafelgenoten met elkaar over in gesprek gaan dan precies is, kan nog steeds mijlenver uit elkaar liggen. Maar dat is volgens Jansen niet erg. “Het is niet zo dat we met deze diners mensen de kans willen geven om iemand te bekeren, absoluut niet”, zegt hij. “We willen juist ruimte creëren voor een open gesprek waarin mensen zich veilig voelen. Dat doe je vooral door te luisteren naar de ander. Je kunt wel menen op alle vragen een antwoord te hebben, maar dat betekent niet dat de ander die vragen niet mag stellen.”

Envelop

Voor Janneke van den Born (37) en Sieta Dalmolen (40) is er in ieder geval een tafel gereserveerd. In de kantine van het multifunctioneel centrum De Veste in het Groningse Opende, vertelt Van den Born over de vorige keer dat ze aan het ‘Ik geloof het wel’-diner meedeed. “Ik vond het heel ontspannen”, zegt ze. “Je werd niet een bepaalde hoek ingestuurd. De vorige keer hebben we het niet eens over het geloof gehad, maar meer over hoe je in het leven staat.”

Van den Born vertelde zo enthousiast over die eerste avond dat haar vriendin Sieta Dalmolen ook wel een keer mee wilde. De twee kennen elkaar nu zo’n twee jaar, doordat hun kinderen bij elkaar in de klas zitten. “We zijn wel echt vriendinnen geworden”, zegt Van den Born. “Maar we weten ook weer niet alles van elkaar. Jij gelooft wel, toch?” zegt ze in de richting van Dalmolen, die haar een twijfelende blik geeft. “Of niet, ik weet het ook niet helemaal”, lacht Van den Born. “Eigenlijk geloof ik niet”, bekent Dalmolen. “Janneke is heel overtuigd van haar geloof, maar voor mij is het heel ongrijpbaar. Ik vind het wel heel interessant, maar als ik de Bijbel lees denk ik vaak: daar geloof ik niks van.”

Terwijl in de sporthal in De Veste de lange tafels voor het bierfeest worden opgezet, schuiven in het zaaltje aan de andere kant van de gang zeven koppels aan tafel voor het ‘Ik geloof het wel’-diner. Bij het voorgerecht wordt ook een envelop opgediend. Er zit een kaartje in waar iedere deelnemer op kan schrijven wat ‘het’ voor hem of haar betekent.

“Dat kaartje hebben we er bewust ingedaan. Het kan zijn dat je het gevoel hebt dat je niet kwijt kon wat je wilde zeggen”, legt initiatiefnemer Jansen uit. “Dan kun je ervoor kiezen om aan het eind van de avond jouw kaartje aan je gesprekspartner mee te geven. Zo krijg je toch nog de kans om te zeggen wat je wilde, ook al is het niet ter sprake gekomen. Het zou vervelend zijn als je dat na zo’n avond nog steeds niet van je hart kon.”

Het idee voor een diner kwam toen Jansen samen met contextueel therapeut Fransien Wolters (40) na ging denken over hoe ze het gesprek tussen mensen op gang wilden brengen. “We hebben allerlei ideeën gehad; van speeddaten tot een lopend buffet”, zegt Jansen. “Maar we hadden al snel door dat dat niet goed was, er moest rust zijn en contact. We wilden dat mensen een leuke avond hadden, maar ook in elkaar konden investeren. En dus werd het een diner. Maar dan wel van enige kwaliteit, want het moet niet alleen maar de hele avond over het eten gaan”, lacht hij.

Bij het hoofdgerecht hoort een nieuwe opdracht. Elke tafel krijgt een houten kistje met een stapel kaartjes erin. Er zijn rode kaartjes en blauwe, en op elke staat een vraag. De rode gaan over geloof en zingeving (Heb je je ooit verdiept in een andere levensovertuiging dan die waarmee je bent opgegroeid?), de blauwe over relaties (Wat is jullie leukste herinnering samen?). Tijdens het eten kunnen de koppels die met elkaar bespreken.

Pianomuziek

Aan de tafeltjes wordt druk gepraat, op de achtergrond klinkt pianomuziek. “Nu denk ik: wat stelt het eigenlijk voor. We zitten hier gewoon te eten en te praten”, zegt Jansen terwijl hij de zaal rondkijkt. “Eerder was ik wel bang voor een conflict, maar waarom zou dat hier gebeuren?” De mensen die met iemand zijn meegekomen hebben immers allemaal een uitnodiging aangenomen. “We wilden dat mensen heel gericht iemand konden uitnodigen, zo van: kijk, dit kwam ik tegen”, legt Jansen uit. “We hebben geprobeerd zo veel mogelijk drempels weg te halen. Ze kunnen ons overal de schuld van geven, zo van: ik heb het niet verzonnen! Of: ik wist ook niet dat ze dit zouden doen. Daarnaast willen we er geen overtuiging doorheen weven. Bij de uitgang ligt geen uitnodiging voor een kerkdienst of een boeddhistisch klooster of een atheïstisch manifest. Het moet blijven gaan om die twee aan een tafel, die zoeken naar de verbinding.”

Janneke van den Born en Sieta Dalmolen hebben in ieder geval een ontspannen avond gehad. “Ik heb in tijden niet meer zo gelachen”, zegt Van den Born. Maar de vraag wat ‘het’ nou precies is, bleek toch te moeilijk voor één avond. “Bestaat God nou wel of niet? Soms denk ik van wel, soms kan ik het me niet voorstellen”, zegt Dalmolen. “Ik heb eigenlijk nog nooit gedacht dat het niet zo is”, zegt Van den Born, “en toch kan ik met jou hier beter over praten dan met sommige christelijke vriendinnen.” Dalmolen: “Op het gebied van geloof komen we denk ik nooit bij elkaar, maar dat hoeft ook niet.” “Nee, dat denk ik ook niet”, beaamt Van den Born. “Maar zeg nooit nooit.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s