Interview | Tienermeisjes hebben veel meer last van stress dan jongens, zegt psychologe Lisa Damour. Hoe komt dat?

Dit artikel verscheen in het Nederlands Dagblad op 8 november 2019.

Steeds meer tienermeisjes lijden onder ongezonde stress. Maar teveel ouders maken er een angststoornis van, denkt psychoog Lisa Damour.

Tienermeisjes in de stress

Nog nooit hadden meisjes en jonge vrouwen zoveel last van ongezonde stress en spanning als de laatste jaren, merkte de Amerikaanse psychologe Lisa Damour in haar praktijk. Ze is niet de enige. Uit de data van talloze (Amerikaanse) onderzoeken blijkt dat tieners zich nu voor het eerst gestresster voelen dan hun ouders. En meisjes hebben daar meer last van dan jongens.

In een recent onderzoek staat dat 31 procent van de meisjes stress-symptomen ervaart, ten opzichte van 13 procent van de jongens. Een ander onderzoek laat zien dat het percentage meisjes dat zei zich nerveus, bezorgd of angstig te voelen met meer dan de helft is gestegen tussen 2009 en 2014. Het aantal depressieve tienermeisjes steeg tussen 2005 en 2014 van 13 naar 17 procent – bij jongens van 5 naar 6 procent.

Hoe komt het toch dat meisjes zich zoveel meer onder druk voelen staan dan jongens? En wat kun je als ouder doen om je tiener bij te staan? Daarover schreef Damour het boek Stress bij tienermeisjes. Een van haar persoonlijke interesses daarbij, steekt ze direct van wal, is dat ondanks alle mogelijkheden die meisjes tegenwoordig hebben, ze nog steeds veel van de traditionele verwachtingen die we van meisjes hebben met zich meedragen. ‘Bijvoorbeeld dat meisjes meer meegaand zijn dan jongens. Dat als we ze iets vragen, ze dat ook doen. Dat lijkt misschien iets heel kleins, maar die verwachtingen hebben we niet van jongens. Als we hen iets vragen en ze zeggen nee, accepteren we dat veel eerder, tenminste hier in de Verenigde Staten werkt dat zo.’

Hoe draagt dat bij aan de stress die tiener­meisjes ervaren?

‘Wat ik merk in gesprekken met meisjes is dat ze proberen alles perfect te doen: ze willen goede cijfers halen, uitblinken in hun sport, vrijwilligerswerk doen, goede dochters zijn, noem maar op. We weten uit onderzoek dat meisjes zich meer dan jongens druk maken over of ze volwassenen teleurstellen. Soms laten leraren aan meisjes doorschemeren dat ze teleurgesteld zullen zijn als ze zich niet voor de volle 100 procent inzetten. Van jongens accepteren we het meer als ze strategischer zijn in hun schoolwerk en zo min mogelijk tijd in een vak steken. Soms geef ik meiden het advies tactischer met hun schoolwerk om te gaan, te kijken wat ze moeten doen om hun doel te bereiken. Dan zeg ik dat het oké is om voor een lager cijfer te gaan als je kunt berekenen dat je er nog goed voor staat. “Maar dan denkt de leraar dat het me niets uitmaakt”, zeggen ze dan. Daar zitten twee problemen: ten eerste dat ze zich druk maken over of ze hun leraar kwetsen – want er wordt van hen verwacht dat ze zorgzaam zijn. Ten tweede dat ze bang zijn op de een of andere manier gestraft te worden, dat de leraar minder bereid zal zijn om hen te helpen bijvoorbeeld.’

We hebben het nu over stress alsof het iets negatiefs is, maar dat is een misverstand, schrijft u. Waarom?

‘Dat is de grootste reden dat ik dit boek wilde schrijven: er zit zo’n groot gat tussen hoe de psychologie denkt en praat over stress en hoe de rest van de wereld dat doet. Psychologen schrikken niet van stress, we zien het als onderdeel van het leven. Als je ergens goed in wil worden, als iets moeilijk is, ervaar je dat als stressvol. Stress is onderdeel van groei en het maakt mensen sterker en veerkrachtiger. Wat we niet willen is trauma, té stressvolle gebeurtenissen, en chronische stress, wanneer er geen mogelijkheid is om te herstellen van de stress. Voor sommige tieners kan school een bron van chronische stress worden.

Maar tegen de meesten zou ik willen zeggen: ja, school is stressvol, dat is het hele punt, zo leer je! Zolang je ook genoeg rust krijgt, is er niets aan de hand.’

Het aantal mensen dat kampt met een angststoornis is ook hard toegenomen de laatste jaren. Het taboe lijkt er ook wel af, je wordt niet meer raar aangekeken als je zegt dat je last hebt van angsten. Toch helpt die normalisatie niet altijd, zegt u.

‘Mensen zeggen vaak dat ze een angststoornis hebben, terwijl ze in feite gewoon last hebben van angsten, zoals ieder mens. Net zoals dat ieder mens pijn voelt. Als een meisje dat tegen mij zegt, zeg ik: natuurlijk heb je angst! Daarom is het je gelukt hier te komen zonder onderweg aangereden te worden. Angst is een biologisch beschermingssysteem.’

In het boek noemt u een voorbeeld van de ouders van een negenjarig meisje die bij u komen om de sociale angststoornis van hun dochter te bespreken.

‘Ja, terwijl het gewoon een verlegen meisje was. Sinds het boek twee jaar geleden hier uitkwam, zie ik steeds vaker dat de term angststoornis een soort paraplu is geworden waar we allemaal normale emoties onder hangen. Verlegenheid, bezorgdheid, opwinding, gepieker – zodra het ongemakkelijk voelt, wordt het al snel als pathologisch beschouwd. Maar zo’n labeltje zegt dat er iets mis is. En tieners maken zich ook zonder dat soort labels al druk genoeg over of ze wel normaal zijn. Ik vind het ook gevaarlijk dat het de suggestie kan wekken dat er verder weinig aan te doen is omdat het kind daar nou eenmaal last van heeft. Dat is absoluut niet het geval, er zijn genoeg strategieën om met angst om te gaan. Ook als het wel pathologisch is.’

Hoe kun je dan het best met stress en angst omgaan, of je dochter daarbij helpen?

‘Er zijn twee simpele dingen die je kunt doen. Ten eerste: je ademhaling controleren. Als angst of stress ineens de kop opsteekt, voelt dat vervelend. Je hart slaat misschien op hol, of je voelt je licht in je hoofd, of zweterig, het kan van alles zijn, maar het voelt niet fijn. Dat is omdat ons lichaam probeert onze aandacht te trekken, want stress en angst zijn een waarschuwing. Maar als je met iets te maken hebt wat eigenlijk niet bedreigend is, zoals een meisje dat een toets moet maken waar ze goed voor geleerd heeft, kun je een kind helpen die fysieke reacties onder controle te krijgen door middel van ademhaling. Daar zijn allerlei manieren voor. Het is simpel, maar belachelijk effectief. Ten tweede zullen veel kinderen de bron van hun angst of stress willen vermijden. Maar we weten dat dat het probleem alleen maar groter maakt. Dan is het devies: babystapjes. Iedere keer een klein stapje nemen, de angst en stress managen met je ademhaling en zo toewerken naar de uitvoering, de toets, het feestje, of waar het kind ook bang voor is.’

U zegt ook dat we meisjes beter moeten leren met conflicten om te gaan. Kunnen ze dat dan niet?

‘Nee. En als we het ze al leren, doen we dat vaak verkeerd. Ik vertel in mijn boek over de drie ongezonde manieren om een conflict aan te gaan: je te gedragen als deurmat, bulldozer, of een deurmat met stekels (passief agressief, red.). En dan is er de gezonde houding van pilaar: voor jezelf opkomen met respect voor anderen. Maar er is nog een manier die misschien wel veel interessanter is en die ik ‘emotionele aikido’ noem. Aikido is een vechtsport waarin je de tactische beslissing kunt maken je tegenstander gewoon uit de weg te gaan. We zijn vaak zo druk met het empoweren van meisjes dat we ze vertellen dat ze voor zichzelf op moeten komen en er iets van moeten zeggen als iemand ze gekwetst heeft. Dat is goed bedoeld, maar wees eens eerlijk, volwassenen doen dat ook lang niet altijd. In heel veel gevallen laten we iets gewoon gaan omdat het simpelweg de moeite niet waard is, de relatie niet belangrijk genoeg is, of omdat het toch niets oplevert. We creëren extra stress voor meisjes door te zeggen dat ze het conflict aan moeten gaan zonder ze te helpen kijken of er baat bij hebben hun mond open te trekken.’

Tienerstress heeft deels ook een neurologische oorzaak. De hersenen van tieners lijken soms net een pot met glitters, zegt u in het boek. Kunt u dat uitleggen?

‘Hun hersenen worden opnieuw ingericht, het kinderbrein wordt een volwassen brein. Dat houdt in dat het sneller, efficiënter en krachtiger wordt. Maar dat gebeurt in dezelfde volgorde als de hersenen in eerste instantie ontwikkelden en begint bij de meer primitieve delen aan de achterkant. Pas op het laatst zijn de meer geavanceerde delen van de hersenen aan de voorkant aan de beurt. De emoties worden eerder gereguleerd, want die zetelen in het primitieve deel, de vaardigheid om het grotere plaatje te kunnen zien in het geavanceerde deel.

Zo lang de emoties zich rustig houden, is er niets aan de hand met het tienerbrein. Een tienermeisje kan prima redeneren, soms zelfs beter dan een volwassene. Maar als die emoties zich ermee bemoeien, zijn die heel krachtig en kun je hun hersenen vergelijken met een glitterpot die je hard heen en weer schudt en waarin een soort glitterstorm ontstaat en er geen ruimte meer is voor andere dingen. De andere hersengebieden worden dan als het ware offline gegooid. Daarom helpt het op zo’n moment niet om aan te komen met allerlei suggesties en vragen. Je kunt beter wachten tot de glitters zijn gezonken en de storm is gaan liggen.’

Wat kun je dan het beste doen als ouder op zo’n moment?

‘Kalm blijven. Want je kind probeert aan jouw reactie af te lezen hoe erg de situatie eigenlijk is. En dat kan iedere ouder, want we doen het ook als onze kinderen klein zijn en ze een gat in hun knie vallen. Het kind kijkt eerst naar haar knie, en dan naar ons. En ook al denken wij: oei, dat ziet er niet best uit, we zeggen: ach, niets aan de hand, kom maar, we gaan het even schoonmaken. Want als we in paniek raken, maken we ons kind bang.’

De zogenaamde helikopterouders proberen de weg vrij te maken voor hun kind en willen zorgen hun kind niets overkomt. Is dat een goede tactiek of juist niet?

‘Helikopterouders geven hun kind geen mogelijkheid te leren met stress om te gaan omdat ze het zien als iets schadelijks, terwijl het hun kind juist helpt te groeien.

Ze bedoelen het goed, maar het is heel kortzichtig. Je leert niets als je je nooit ongemak­kelijk voelt. En daarom is het juist schadelijk als je als ouder je kind leert dat het nooit stress mag voelen. Zo beroof je ze van de mogelijkheid te groeien en ergens beter in te worden.’ <

Lisa Damour

Lisa Damour is psycholoog, schrijfster en lerares. Ze is directeur van de Laurel Schools’ Research Center for Research on Girls, heeft een eigen psychotherapiepraktijk en schrijft een maandelijkse column in the New York Times over tieners. Van haar hand verscheen eerder Het puberende meisjesbrein ontrafeld.

 

N.a.v. Stress bij tienermeisjes. Zo help je je dochter bij prestatiedruk en faalangst

Lisa Damour. Uitg. Unieboek|Het Spectrum, Amsterdam 2019. 311 blz. € 22,99

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s