Interview | SEH-arts Gor is de held van de pandemie

Dit artikel verscheen in het Nederlands Dagblad op 11 april 2020.

Gor Khatchikyan is het gezicht van menselijkheid midden in een pandemie. De coronacrisis bevindt zich volgens de arts tussen Goede Vrijdag en Pasen. ‘Het duurt niet lang meer en dan horen we het nieuws dat corona verslagen is. Jezus regeert.’

Gor Khatchikyan geeft de zorg een gezicht: ‘Mensen hebben behoefte om gezien te worden’

Zoeken naar ‘een stukje menselijkheid in een anoniem, massaal gebeuren’. Dat is wat Gor Khatchikyan (33) als spoedeisendehulparts in deze coronatijd vooral probeert te doen. Zo nam hij afgelopen week bijvoorbeeld een videoboodschap op met een patiënte wier man thuis zijn vijftigste verjaardag vierde. Ze konden niet bij elkaar zijn, maar zo kon hij hun toch een hart onder de riem steken. ‘Ik heb gezegd dat we goed voor zijn vrouw gaan zorgen’, zegt hij.

De laatste paar weken is Khatchikyan naast ‘gewoon’ SEH-arts ook een publiek figuur geworden. Nu hij in talkshows en in kranten vertelt over hoe het eraan toegaat op de SEH van het St. Antonius ziekenhuis in Nieuwegein, waar hij werkt, lijkt iedereen hem te kennen. Voor de BNNVARA-serie #Frontberichten vlogt hij over hoe hij en zijn collega’s hun werk doen en wat hij meemaakt met patiënten, hij was te gast bij Hour of Power, hield een preek in een livekerkdienst van EO Beam en zat afgelopen weken meerdere malen bij de talkshow Op1 om over zijn werk en de coronacrisis te praten.

De verhalen die hij vertelt gaan over de angst in de ogen van zijn patiënten, de eenzaamheid die hij tegenkomt. Over de moeilijke gesprekken die hij moet voeren met mensen voor wie zelfs intensieve medische zorg hun leven niet meer gaat redden. Online wordt hij ‘het gezicht van menselijkheid en warmte’ genoemd. Mensen zijn vol lof over zijn optredens. ‘Gor for president’, twitterde iemand zelfs.

Hij moet lachen als hij die tweet krijgt voorgelegd in een gesprek via een videoverbinding. ‘Of ik daarvan naast m’n klompen ga lopen bedoel je’, reageert hij op de vraag wat dat met hem doet. Hij zit op de zolderkamer van zijn huis in Utrecht, net thuis na een dagdienst in het ziekenhuis. ‘Natuurlijk geniet ik van aandacht en complimenten, dat is menselijk’, zegt hij. ‘Maar ik heb genoeg hoogte- en dieptepunten in mijn leven meegemaakt die mij gevormd hebben. Dat maakt me minder gevoelig voor de complimenten en afwijzingen.’

Toch is het wel even wennen dat hij tegenwoordig wordt herkend op straat. ‘Mensen komen naar me toe om een praatje te maken. Dan zeggen ze: jij bent toch dokter Gor van tv? De meesten zijn positief. Er zijn ook echt wel mensen die mij een bal gehakt vinden, maar die zullen niet zo snel naar me toe komen.’

Het is nogal een contrast met hoe Khatchikyan ruim twintig jaar geleden Nederland binnenkwam. Als vluchteling verhuisde hij van azc naar azc tot zijn familie op Texel een plek kreeg. Daar kwam hij voor het eerst in een baptistengemeente en bekeerde zich. Sindsdien heeft hij zijn geloof nooit onder stoelen en banken gestoken.

Zoals tijdens zijn deelname aan het VPRO-programma Premier gezocht in 2012. Tijdens het debat in de halve finale koos hij als onderwerp abortus en verdedigde zijn stellingen mede met een beroep op zijn geloof. Uiteindelijk won hij het programma. Ook in het ziekenhuis houdt hij zijn levensovertuiging niet gescheiden van zijn werk. Sterker nog, dat kan helemaal niet, vindt hij. ‘Je bent altijd een volgeling van Christus, dat is geen label voor alleen de zondag of je vrije tijd.’

Dat betekent niet dat hij alle patiënten over God vertelt. ‘Je moet mensen er niet mee lastig vallen als ze er geen behoefte aan hebben, dat is niet wijs’, zegt hij. Maar als hij met mensen praat over hun leven en hij merkt dat er angst in hun verhaal zit, reikt hij het wel aan. ‘Ik ben in de eerste plaats hun dokter. Maar als ik ze de beste zorg geef die ik kan geven, en daarnaast praat ik met hen over het leven, is er niemand die daar iets op tegen heeft.’

geen gewoon griepje

Zijn leven is druk. Het is op het moment hard werken in de zorg, al is Khatchikyan dat wel gewend, dat moest hij tijdens zijn specialisatie ook. Van het ziekenhuispersoneel wordt veel flexibiliteit verwacht. Zeker nu er collega’s beginnen uit te vallen. Khatchikyan is er nuchter onder. ‘Het scheelt dat alle sociale activiteiten zijn afgelast.’

Dat hij op zijn werk heftige gevallen te zien krijgt, is hij als spoedarts wel gewend. Al kunnen individuele gevallen zeker veel indruk op hem maken, zegt hij. Een aantal van de verhalen heeft hij verteld in de media – zoals de longpatiënt van 83 die hij moest vertellen dat hij niet naar de ic kon, of de man die met een tas vol contant geld naar het ziekenhuis kwam – maar die verhalen wil hij liever niet steeds herhalen.

Wat hem opvalt, is hoe snel coronapatiënten verslechteren. ‘De huisarts verwijst ze met wat benauwdheidsklachten naar ons door, maar op het moment dat ze hier binnenkomen, zijn ze al zo verslechterd, dat de situatie ernstig is. Dat is best indrukwekkend. We hebben hier niet te maken met een gewoon griepje.’

Voor het ziekenhuis staat een zogenaamde triagetent waar coronapatiënten binnenkomen om te bekijken waar ze het best behandeld kunnen worden. ‘Zodra ze daar binnenkomen, mag er geen familie meer bij. Tenzij patiënten stervende zijn.’ De eenzaamheid die hij daardoor tegenkomt, maakt de menselijke component van zijn werk nu nog belangrijker.‘

De behoefte aan geestelijke zorg is zo groot dat hij haast beter met een bijbel langs de bedden kan gaan dan met zijn stethoscoop, zei hij eind maart in een talkshow. ‘Ja, dat was een mooie hè’, glimlacht hij. ‘Wat je ziet is dat mensen heel veel behoefte hebben aan geruststelling, gezien worden, vertrouwen. Juist omdat ze geen geliefden bij zich hebben, ze niemand hebben om even te ventileren.

Normaal gesproken ben ik als SEH-arts misschien een kwartier bij de patiënt op de kamer. Als ik dan weg ga, kunnen ze alles wat ik verteld heb nog eens met hun geliefden bespreken. Nu is het enige menselijke contact dat patiënten hebben met ons. Daarbuiten zijn ze alleen.’

Hij merkt dat de vele berichten in de media en de horrorverhalen over het virus die her en der de ronde doen, de angst bij patiënten vergroot. Zoals bij de man van in de veertig met COVID-19 die hij onlangs zag. Op de vraag of hij zich zorgen maakte, antwoordde de man: ach, we gaan toch allemaal een keer dood.

‘Dat is natuurlijk zo, maar de onderliggende toon, van: als ik hieraan dood ga, so be it, klopt natuurlijk niet. Je hoeft echt niet altijd dood te gaan aan deze ziekte, maar dat is wel het beeld dat mensen hebben. Ik stel deze vraag wel vaker, ook buiten de coronatijd, maar zo’n antwoord krijg ik zelden.’

Dat hij zelf ook besmet raakt, is een reële optie, geeft hij toe. Maar dat zorgt er niet voor dat hij ‘het front niet meer opzoekt’, zoals hij zelf zegt. ‘Het is een gecalculeerd risico en daarin vertrouw ik ook op Gods bescherming’, zegt hij. Maar dat betekent niet dat hij denkt dat corona hem niet kan treffen, omdat hij christen is. ‘Dat is natuurlijk dom.’

als Jozef in Nederland

Vorig jaar heeft Khatchikyan een jaar in Zuid-Afrika gewerkt. In Khayelitsha, dat bekendstaat als de gevaarlijkste township van Kaapstad, zag hij in het ziekenhuis dagelijks steek- en schotwonden voorbij komen en talloze aids- en tbc-patiënten. ‘Ik hou van rampen, beroepsmatig gezien, ik ben best wel een beetje een ramptoerist, maar dit … ik was de eerste week totaal in shock. Ik dacht, dit houd ik niet vol, ik ga terug naar Nederland.’

Maar hij zette door en na een week of drie, vier, begon de chaos toch te wennen. In korte tijd leerde hij veel bij. Toen de coronacrisis hier toesloeg, merkte hij dat zijn tijd in Zuid-Afrika hem waardevolle ervaring had gebracht, dat hij zich op zijn gemak voelt in de chaos en niet zo snel van zijn apropos is te brengen.

‘Achteraf denk ik dat God het misschien wel zo geleid heeft, zodat ik voorbereid was op dit moment. Want ik geloof dat Hij je nooit meer geeft dan je aankunt en soms moeten we door een woestijn om iets te leren.’ Groei komt nooit zonder strijd, zegt hij. ‘Als je een leven wilt zonder enige weerstand of strijd, zul je ook nooit groeien in het leven. Dan wordt je karakter niet gevormd en blijf je een beetje oppervlakkig.’

‘Het is niet voor niets geweest. Daarin zie je hoe je eigen werk en de zegen van God heel goed samen kunnen gaan’, aldus Khatchikyan. Die bewijsdrang heeft hij daardoor los kunnen laten. Waar hij wel echt blij van wordt, zijn de berichten van christelijke leiders in Nederland die zeggen: jij geeft het christen-zijn handen en voeten in de frontlinie. ‘Daar doe ik het voor. Ik wil dat de wereld ziet dat wij christenen niet alleen maar praten, maar daadwerkelijk problemen aanpakken. Daarom ben ik zo blij met Arie Slob, Carola Schouten en Paul Blokhuis die in de modder staan en hun best doen voor alle Nederlanders en niet voor alleen hun kerkelijke achterban.’

Van zijn eigen politieke ambities heeft Khatchikyan nooit een geheim gemaakt. ‘Heer, maak mij een Jozef in Nederland’, was zijn gebed, zei hij in hetzelfde Visie-interview. ‘Ik ben nog geen onderkoning van Nederland’, lacht hij, als hij die uitspraak voor zijn neus krijgt. ‘Maar ik probeer net als Jozef trouw te zijn in de kleine dingen, zodat als God mij verder brengt, ik er klaar voor ben. Het mooiste aan Jozef was niet dat hij naast de farao stond, maar hoe hij was in de gevangenis.’

Hij zit nu goed op zijn plek, maar mocht het ooit zover komen, zal hij een positie als bewindspersoon niet afslaan. ‘Maar ik wil die plek niet veroveren. Ik wil ernaartoe groeien als me dat gegeven wordt van boven. Als het zover komt, wil ik er klaar voor zijn, maar ik wil niet voor de Heer uitgaan.’

verhalen vertellen

Hij is er natuurlijk op getraind als arts, om goed met de heftige verhalen van patiënten om te gaan. Het leerde hem dat lijden ook bij het leven hoort. ‘Ik heb weleens vragen richting de hemel. Soms vind ik dingen oneerlijk.’ Maar als je zoveel lijden, ziekte en dood ziet in je werk, wordt de acceptatie van de menselijke kwetsbaarheid een levenshouding.

Dat betekent niet dat de verhalen hem niet meer raken. ‘Ik word er nog steeds stil van, maar ik besef ook dat God meelijdt en meehuilt met onze ellende. Dat Hij weet wat er gebeurt, omdat Christus alles al heeft doorstaan. Het helpt dat ik bij een God kan komen, die weet hoe het voelt.’

Naast motorrijden of sporten, is het vertellen van verhalen voor Khatchikyan ook een manier om te verwerken wat hij meemaakt. ‘Vandaar dat ik de vlogs voor #Frontberichten maak en dat ik dit interview doe. Ook al word ik soms helemaal gek van de hectiek van de media. Als het verhaal verteld wordt en op papier komt, kan ik er zelf van een afstand naar kijken en het een plek geven.’ Hij werkt nu al aan een boek over wat hij nu allemaal meemaakt. De coronacrisis, verhalen van de frontlinie, gaat het heten.

‘Het wordt een verzameling van verhalen van patiënten, mijn eigen gedachten en gevoelens, maar ook wat er allemaal gebeurde met de logistieke opschaling van de rampengeneeskunde, de nieuwsberichten, de mediaoptredens en mijn kijk erop. Zodat mensen met me mee kunnen lezen hoe deze tijd er voor mij uitziet.’

verwarring

Dit weekend is het Pasen. Khatchikyan is waarschijnlijk aan het werk, zoals de meeste andere jaren ook. Maar de situatie waarin we dit jaar zitten is wel vergelijkbaar met Stille Zaterdag, denkt hij. ‘De leerlingen van Jezus waren tussen Goede Vrijdag en Paaszondag in verwarring. Ze hadden hun hoop op Jezus gevestigd en nu was Hij opeens gekruisigd?’ Het is dezelfde verwarring als waar wij nu in leven, zegt hij. Alle zekerheden zijn weggevallen en we weten niet wat er komen gaat.

‘De leerlingen zaten ook opgesloten in hun huis, omdat ze bang waren. Tot het nieuws van de vrouwen kwam dat Jezus was opgestaan. Ik geloof dat ons verhaal ook zo gaat eindigen. Het duurt niet lang meer of we gaan het nieuws horen dat corona is verslagen. Jezus regeert.’

Pasen is een hoopvol feest en gelukkig zijn er ook in het ziekenhuis momenten van hoop. Zoals de vrouw die zo verslechterde dat Khatchikyan het somber inzag. Hij had haar familie al gebeld, omdat hij verwachtte dat ze het niet ging halen. ‘Maar ik had nog één trucje dat ik kon inzetten. Daar knapte ze gelukkig van op. Ze is uiteindelijk in veel betere staat naar de ic gegaan. Dat zijn voor mij medische lichtpuntjes, dat ik toch iemand heb kunnen helpen.’

Hij vergelijkt de crisis met een oorlog. ‘We hebben patiënten die niet meer te redden zijn en die de strijd verliezen. Maar er zijn ook mensen die we wel kunnen redden. Zo blijven we doorgaan. We halen energie uit de dingen die wel goed gaan en we huilen mee als er dingen niet goed gaan. Soms verlies je een strijd, maar de oorlog zullen we uiteindelijk winnen.’ 

van Armenië naar Nederland

Gor Khatchikyan werd in 1987 geboren in Armenië. Op zijn twaalfde vluchtte hij met zijn ouders en broer naar Nederland. Acht jaar en acht verschillende azc’s later was het gezin uitgeprocedeerd en zouden ze uitgezet moeten worden. Door het generaal pardon van kabinet Balkenende IV in 2007 mochten ze blijven. Khatchikyan ging geneeskunde studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In 2012 won hij het VPRO-programma Premier gezocht en later was hij te zien in het SBS-programma Traumacentrum. Daarnaast stond hij aan de wieg van verschillende organisaties, zoals Geloofwaardig Spreken en de missionaire organisatie Calling Voice.

Khatchikyan is ook actief als spreker en schrijver. Hij schreef meerdere boeken over zijn komst naar Nederland en zijn werk als SEH-arts. Hij werkt nu aan een boek over hoe hij de coronacrisis beleeft. Hij is single en woont in Utrecht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s